Erik de Vlieger

Print dit bericht Email dit bericht naar een vriend(in)

Trots op Job

Het is acht uur s'avonds en fietsend door mijn geliefde stad merk ik wederom een motoragent op en transformeer ik mezelf in een schijnheilige kameleon die al tikkend en kloppend tegen zijn voorlicht een verbazing wil suggereren dat het lampje net nog werkte. Gelukkig hij geeft mij geen bekeuring. Misschien wel omdat hij naar huis moet bedenk ik me. Ik baan mij een weg langs de cafe's in de Westerstraat waar ondernemers hun luifels naar binnen dirigeren en mopperend hoor ik hen elkaar de belachelijkheid uitleggen over de nieuwe gemeentelijke verordening dat de terrasluifels om acht uur naar binnen moeten. Rokers die buiten staan, klagen met hun mee want de motregen daalt neer op hun met gel ingebrachte haardos.

"Mag de buitenverwarming dan aan", vraagt een vrouwelijke klant?

"Je maakt een grapje zeker", antwoordt de uitbater.

Ik vervolg mijn weg langs het Centraal station waar Turkse en Marokkaanse taxichauffeurs elkaar de huid vol schelden en met enige weemoed denk ik aan al die keurige taxichauffeurs die er vroeger waren. Amerikaanse toeristen bepakt met koffers en tassen kijken met verbazing naar deze taferelen. Het lijken wel Afrikaanse toestanden in dit geciviliseerd land. Of is het in Afrika beter geregeld, zie ik hen denken?

Mijn reis vervolgt zich door zanderige omleidingen die door de geweldig goedkope Noord-zuid lijn zijn veroorzaakt. Al waggelend baan ik mij een weg tussen hekjes en haastig gemaakte tussenpaadjes en waan ik mij in een nijlpaardenpad ergens in de jungle. Boos kijkende mensen vanwege het ongerief en dames met zwikkende enkels vanwege hun hoge hakken kruizen mijn pad. "Goeie sfeer hier eigenlijk".

Deze weg vervolgend, fiets ik over de wallen en zie ik aanplakbiljetten aankondigen in vreemde lege etalages en daar waar vrouwen vroeger knipoogden naar mij, staat nu geschreven dat er allerlei hippe kunstenaars zich gaan vestigen. Kunstenaars? Jazeker de hoeren zijn weggejaagd door de gemeente en vervangen door burgerlijke artiesten die de wil van ome J.C. en Pvda Donneriaan "Ludmilla Asscher" steunen, hiermee exact hun krachtige vernieting van ons Amsterdam illustreren. Weg met die hoeren en die halfbakken kunstenaars. Een goedkope ruimte geven we ze. Iemand die geen huur betaalt, klaagt ook niet bedachten deze politieke Aliens. "Verstandig en solidair ook van onze kunstenaars", knikte ik licht kokhalsend.

"Waar zijn de daklozen eigenlijk? ", vraag ik me al manoeuvrerend af tussen boos kijkende negers die mij nepdrugs aanbieden." Oh ja, die zijn middels het uitplaats-beleid getransporteerd naar andere stadsdelen zodat ze optisch geen irritatie meer veroorzaakten in onze mooie binnenstad. Dat was ik vergeten maar wie moet ik nou een euro geven en een praatje mee maken? Misschien met die agent die al geilend op een aanstaande bekeuring achter een auto op de Nieuwmarkt staat te wachten op iemand die een overtreding maakt, bedenk ik me en fiets weer vrolijk verder."

Op het einde van de silodam waar een zieke man woont, die zelfs een zesjarig meisje vernietigd om zijn zieke doel te bereiken, zie ik een cynische tekening hangen die de ridiculiteit bloot legt van een recent voorstel dat coffeeshops niet meer binnen 250 meter van een school mogen liggen. "Welke gek bedenkt eigenlijk dat kinderen daarmee van de softdrugs afblijven? "

"Wat wordt de stad toch leuk", sprak ik bijna hardop en spoedde mij naar het Rijks- of Stedelijk museum. Één van de twee zal toch wel open zijn en niet verbouwd worden?


 
Reacties op: Trots op Job
pak een volgende keer gewoon de auto, teveel aan indrukken kan schadelijk zijn

Door anton op 27-03-2009 om 18:47
Zo! Jij hebt een end gefietst: van de Westerstraat naar de Wallen, terug, langs CS naar de Silodam en vervolgens naar het Museumplein... door de motregen nota bene!

Beterschap, Erik!

Door marc op 18-03-2009 om 15:13
Ik ben geen Amsterdammer maar oh wat kan ik me vinden in dit verhaal! Zelfs ik, man uit de provincie, heb weemoed...
Gr Ton

Door tonn op 18-03-2009 om 11:03